Nadat op Witte Donderdag (2 april) het H. Sacrament in processie wordt weggedragen en het tabernakel van alle luister wordt ontdaan, wordt de deur van het tabernakel opengezet…….….…………..…………………..……………….……..

het is Goede Vrijdag(3 april), een dag van intense verstilling.
Op deze dag worden wij sterk geconfronteerd met het mysterie van de dood……..…………in die stilte van dit mysterie kunnen wij onszelf herbezinnen (regenereren), ons opnieuw aansluiten aan de Bron van alle Leven om zo met de Christus herboren te worden.

Dit mysterie wordt prachtig tot uitdrukking gebracht in de dienst van de Verering van het Kruis, waarin wij iets kunnen ervaren van die intense stilte en waarin het Kruis tot Sacrament wordt in het eeuwige Leven.

Het regeneratieproces heeft zich in de stilte voltrokken maar moet nog vorm krijgen. En dat gebeurt als het ware in een explosie van Goddelijk Licht en Vuur op Stille Zaterdag.

Op deze dag wordt het nieuwe Vuur ontstoken aan het Zonnevuur en aan dit Vuur wordt dan weer het nieuwe Licht ontstoken. Zo wordt op Stille Zaterdag alle voorwaarden geschapen om het nieuwe Leven te kunnen verwelkomen.

Dit is ook een zeer geschikte gelegenheid om het Sacrament van de Doop toe te dienen.

In de nacht van Goede Vrijdag is alles donker. Wij zijn terug bij de oorsprong. Het is duister. Het enige wat nog over is, is de oorsprong van al het Goddelijke, de Logos, het Woord. Wat er verder gebeurt hoeven wij alleen maar te lezen in het Johannes Evangelie.

Dan wordt op Stille Zaterdag (4 april) het vuur ontstoken en het Goddelijk Licht straalt. Deze straal is heilig en levendmakend. Jezus is gestorven in het vlees en levend geworden in de Geest.

De duisternis heeft het niet begrepen. Het heeft het niet gevat, niet verstaan. Licht wint het altijd van het duister. Deze lichtstraal zorgt voor het opstaan van de Geest, de Christus.

Alle ceremoniën op Stille Zaterdag zijn bedoeld als een nieuw begin, vernieuwing van Licht en Vuur. Hier ontstaat de volle spontaniteit, de absolute nieuwheid.

Als het vuur wordt aangestoken, wordt de 3-armige kandelaar aangestoken. De 3 lichten staan voor God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

God de Zoon is van Licht; hiermee worden de kaarsen op het altaar aangestoken als aspect van Licht in de Kerk. Met God de Vader wordt de Paaskaars aangestoken. Deze kaars staat voor de geestelijke wedergeboorte.

In de Paaskaars zitten ongebrande wierookkorrels. Zij staan voor diepe gloed, het verborgen vuur, zoals het mededogen voor de mensheid diep in de ziel van de Christus gloeit.

De dood is overwonnen, de mens is geïntegreerd in het oorspronkelijke. Het eeuwige leven is bereikt. Zo zullen wij allen onze reis volbrengen en eenmaal zijn voeten bereikt hebben.

Terug naar Komende intenties en feestdagen